Vorige week vond de Internationale Wiskunde Olympiade plaats. 2 dagen 4,5 uur zweten om 3 problemen per dag op te lossen. Ondertussen zijn de niet-evidente problemen en de uitslag op de IMO-site te vinden. Belgie kwam uiteindelijk met 3 bronzen medailles thuis.Enkele weken geleden was ik lesgever op een voorbereidingsstage voor de 3 Vlaamse deelnemers aan deze internationale wedstrijd. Na mijn les dacht ik de studenten te plezieren met een leuk vraagje dat ik enige tijd ervoor had bedacht:
Gegeven een willekeurige driehoek. Teken op
de gelijkbenige driehoek
met tophoek in
. Teken vervolgens gelijkbenige driehoeken
resp.
, beide gelijkvormig met
, met tophoeken in
resp.
. Deze 3 nieuwe driehoeken staan allen aan de buitenzijde van de driehoek
. Toon aan dat
,
en
concurrent zijn.

A priori was ik er niet zeker van dat deze eigenschap waar is, maar er is voldoende evidence dat het was moet zijn: noem even de basishoek van de gelijkbenige driehoeken. In het geval
zijn de drie lijnen zwaartelijnen en dus concurrent. In het geval dat
zijn de drie lijnen hoogtelijnen en dus concurrent. In het geval
, zijn de drie lijnen ook concurrent en het snijpunt heet dan het punt van Torricelli (of van Fermat).Een analytisch bewijs is vervelend maar zeker niet onmogelijk. Toch is de drang naar een meetkundig bewijs groot, zeker in olympiademiddens.Het heeft onze Vlaamse kandidaten dan ook niet lang gekost om een mooie oplossing te vinden. Zij maakten gebruik van een stelling die voor mij toch al heel ver in het acherhoofd zat: de trigoniometrische versie van de stelling van Ceva.De gebruikelijke versie van de stelling van Ceva zegt dat in een driehoek
, met ingeschreven driehoek
, de rechten
,
en
concurrent zijn als en slechts als

De trigoniometrische variant die zegt precies dat ,
en
concurrent zijn als en slechts als
Het is precies deze laatste variant die, samen met de sinusregel, zorgt voor een zeer kort bewijs. We verkrijgen immers (met notaties zoals in de eerste figuur) dat
door gebruik te maken van de sinusregel in driehoek en in de driehoek
. Passen we dit ook toe vanuit
en
, dan kunnen we de trigonometrische variant van Ceva gebruiken om aan te tonen dat
,
en
concurrent zijn.
